Uncategorized

Ik heb een pand, maar nog geen idee wat ik er mee moet

Ik heb een pand, maar nog geen idee wat ik er mee moet

Als bouwkundig adviseur bij bureau FRANKEN schuift Romboud Maris geregeld aan bij initiatiefnemers, vastgoedeigenaren en stichtingen. In de basis deelt hij de opdrachten voor een haalbaarheidsstudie op in twee categorieën.

“Je hebt eigenlijk twee soorten opdrachtgevers,” legt Romboud uit. “De eerste zegt: ‘Ik heb een idee voor een huisvestingvraag, maar nog geen pand’ of ‘Ik heb dit specifieke pand op het oog voor mijn idee, past dat?’ Dat is een hele gerichte vraag. Je kunt direct kaders stellen, de regelgeving induiken en toetsen of het haalbaar is.”

Maar dan is er de tweede categorie. “Dat is de opdrachtgever die zegt: ‘Ik heb een pand in bezit, maar ik heb eigenlijk geen idee wat ik het beste ermee kan doen.’ Dat zijn absoluut de leukste opdrachten, maar tegelijkertijd de meest uitdagende.”

Beginnen zonder vastomlijnd plan

Bij bureau FRANKEN hoeft een opdrachtgever niet met een uitgewerkt plan binnen te komen. Juist in die eerste fase kan het helpen om samen te onderzoeken waar de kansen liggen.

“Je moet soms eerst een stap terug doen,” legt Romboud uit. “Wat wil je eigenlijk bereiken? Wat past bij jou als eigenaar of initiatiefnemer? En wat zou je graag aan de omgeving willen toevoegen?”

Een strategisch marktonderzoek kan daarbij helpen, maar ook een goed gesprek kan veel inzicht geven. Welke functies zijn in de omgeving nodig? Waar is vraag naar? Wat past bij de ambitie van de opdrachtgever? En minstens zo belangrijk: wat past bij het gebouw?

“Bij bureau FRANKEN zijn opdrachtgevers welkom vanaf de allereerste wens of gedachte. Hoe vaag die ook is.”

Het gebouw als vertrekpunt

Wanneer de nieuwe functie nog niet vaststaat, kan het gebouw zelf een belangrijke richtingaanwijzer zijn.

De geschiedenis, constructie, ruimtelijke opzet en aanwezige kwaliteiten vertellen vaak al veel over wat er mogelijk is. Zeker bij monumenten en karakteristieke gebouwen is het zonde om die eigenschappen als een beperking te zien.

“Een nieuwe functie introduceren in een gebouw dat daar nooit voor is gemaakt, is soms lastig, maar ook een leuke uitdaging,” zegt Romboud. “Soms zijn daarvoor veel ingrepen nodig en wordt de realisatie daardoor ingewikkeld of kostbaar. Maar er zijn ook talloze voorbeelden waarbij juist de oorspronkelijke kwaliteiten van een gebouw de basis vormen voor een succesvolle herbestemming.”

Een oude fabriek met grote overspanningen en brede beuken vraagt bijvoorbeeld om een ander soort invulling dan een kleinschalig historisch pand met veel afzonderlijke ruimtes met een hoog gewaardeerd monumentale waarde. De bestaande structuur kan richting geven aan de zoektocht naar een nieuwe functie.

“Door de oorspronkelijke opzet te omarmen, voorkom je dat je tegen de stroom in aan het ontwerpen – en dus aan het begroten – bent.”

Van kerk naar klimhal

Ook bij de herbestemming van kerkgebouwen kan de oorspronkelijke architectuur een belangrijke rol spelen.

De grote hoogte, open ruimtes en bijzondere ruimtelijke ervaring maken een kerk geschikt voor functies die juist van die kwaliteiten gebruikmaken. Denk bijvoorbeeld aan een klimhal, padelbaan, repetitieruimtes of een buurthuis.

“Je gaat dan eigenlijk vanuit de kwaliteiten van het gebouw redeneren. Wat voor functies hebben veel hoogte nodig? Waar heb je een grote vrije overspanning voor nodig? En zou je bijvoorbeeld een verdieping kunnen toevoegen zonder de essentie van een unieke ruimte aan te tasten?”

Dat betekent niet dat iedere nieuwe functie automatisch passend is. Een haalbaarheidsstudie gaat juist over het onderzoeken van die mogelijkheden én de grenzen ervan. Naast de ruimtelijke kwaliteiten spelen ook bouwkundige staat, regelgeving, duurzaamheid, financiën en de wensen van de opdrachtgever een belangrijke rol.

Van een open vraag naar een haalbaar plan

De haalbaarheidsstudie is daarmee niet alleen een toets achteraf. Het kan juist helpen om een idee te vormen wanneer het plan nog helemaal niet vaststaat.

Door verschillende mogelijkheden naast elkaar te zetten, ontstaat inzicht in wat een gebouw kan bieden, welke ingrepen daarvoor nodig zijn en welke consequenties verschillende keuzes hebben. Zo ontstaat stap voor stap een kader waarbinnen een realistisch plan kan worden ontwikkeld.

“Het mooie is dat je soms begint met alleen de vraag: wat kunnen we hiermee? En dat het proces je laat ontdekken welke richting het meest logisch is.”

Dat maakt een open vraag misschien wel de lastigste start van een project. Maar ook een van de interessantste.

 

Heeft u vastgoed in bezit of beheer en zoekt u naar een passende en haalbare invulling? Bureau FRANKEN denkt graag vanaf het eerste idee met u mee.